Mijn broer en ik
Ik ben het jongste kind van mijn moeder. Mijn broer is de oudste.
Mijn broer is met zeven maanden geboren, en had een chromosoomafwijking waardoor hij kleiner was dan de meeste kinderen. Toch was hij overal populair. Iedereen kende mij als het zusje van.
Toen we opgroeiden, botsten we vaak. We maakten ruzie, vochten soms hard, maar één ding stond vast: buitenshuis kwamen we altijd voor elkaar op.
Ik heb levendige herinneringen aan die tijd. Hoe ik mezelf in die periode zou omschrijven? Ik was een vrolijk kind met een grote fantasie. Een echt meisje-meisje, maar net zo makkelijk klom ik in bomen, rende achter kippen aan of ging samen met mijn broer op "duivenjacht".
En natuurlijk hadden we onze gekke momenten. Toen ik een jaar of acht was, maakte mijn broer me midden in de nacht wakker. Hij beloofde me een gulden als ik onze moeder niks zou vertellen. Half slaperig moest ik mijn gezicht gaan wassen… en toen, uit het niets, schoor hij één van mijn wenkbrauwen af. Tot de dag van vandaag liggen we in een deuk als we eraan terugdenken.
Later veranderde onze band. Er kwam een periode waarin we heel weinig contact hadden. Mijn broer was destijds zwaar gelovig en wilde vaak niet meedoen met familiebijeenkomsten, feestjes of uitjes. Dat maakte onze relatie dun en afstandelijk. Toch herinner ik me dat er een omslag kwam toen ik in Hengelo woonde. We begonnen voorzichtig over ons leven te praten. Hij was daarin opener dan ik, denk ik.
Door de jaren heen is er veel veranderd. Tot voor kort was hij nog christelijk, maar sinds hij zich heeft losgemaakt van het geloof merk ik dat hij lichter en gezelliger is geworden. Spontaner ook. Het voelt als een stap vooruit. En misschien nog wel belangrijker: onze moeder, die altijd verdrietig was omdat wij geen hechte band hadden, kan nu eindelijk zien dat we broer en zus zijn op een manier die klopt.
Het gevoel dat ik nu bij ons contact heb, is vooral opluchting. Omdat ik altijd heb geloofd dat familie iets bijzonders is. Warmte, gezelligheid, voor elkaar zijn. En dat is er nu eindelijk weer.
We hebben een band opgebouwd, maar wel met respect voor elkaars ruimte. We bellen niet dagelijks, niet wekelijks of zelfs maandelijks. Vaak horen we via onze moeder wat er speelt in elkaars leven. En soms pakt hij ineens de telefoon om mij om advies te vragen. Dan kan hij uren zijn hart luchten. Terwijl ik, eerlijk gezegd, bijna nooit bij hem aanklop met mijn eigen zorgen.
Het blijft bijzonder hoe verschillend we zijn. Mijn broer is gevoelig, traditioneel en soms ouderwets. Ik daarentegen ben een ontdekkingsreiziger — altijd nieuwsgierig naar wat er nog meer is. En dat brengt me zo nu en dan altijd in de problemen. Maar misschien is dat juist wat ons aanvult.
Ik weet dat ik altijd bij hem terecht kan. En dat, na alle jaren van afstand, misschien wel de grootste winst is. "We groeiden op met strijd en afstand, maar nu vind ik in mijn broer de rust en warmte waar familie eigenlijk altijd voor bedoeld is."
Hoe is dat bij jou? Heb jij ook een broer of zus met wie je een bijzondere band hebt — misschien ingewikkeld, misschien juist hecht? Het kan allebei. Maar soms is het goed om stil te staan bij de mensen die, hoe verschillend ook, toch altijd een deel van jou zullen zijn.
Zelfgroei & Heling • • • •
Soms heel je niet vooruit, maar naar binnen. Ik dacht ooit dat heling betekende dat het niet meer pijn mocht doen. Nu weet ik dat het betekent dat ik blijf ademen terwijl het pijn doet. Hoe dieper ik luister, hoe minder ik hoef te begrijpen. Niet alles hoeft opgelost. Sommige stukken willen alleen erkend worden

